Antibiotica: vriend of vijand?
Wereldwijd zijn, naast pijnstillers, antibiotica (AB) één van de meest verspreide en ambulant gebruikte geneesmiddelen.
Helaas kunnen we dit niet ongestraft blijven doen.
Antimicrobiële resistentie (AMR) is een sterk groeiend probleem en wordt uiteindelijk een gevaar voor de algemene gezondheid.
Europese overheden proberen zoveel mogelijk nationaal de risico’s op korte en lange termijn in te schatten.
Jaarlijks treden er ongeveer 670 000 (banale) infecties op als gevolg van resistente bacteriën en bij benadering sterven 33 000 mensen als rechtstreeks gevolg hiervan.
Niet alleen onschuldige infecties kunnen fataal worden in het kader van AMR, het wordt in de toekomst ook moeilijker en risicovoller om medische interventies uit te voeren waar beroep moet gedaan worden op AB, zoals chirurgie, transplantaties…
Het is ieders verantwoordelijkheid om ons te beschermen voor deze ‘collateral damage’.
Het is dus aangewezen om strikte voorschriften in gebruik van deze medicatie goed na te leven en steeds waakzaam te zijn voor misbruiken.
Tijdens het betoog zal stilgestaan worden bij de spreiding van de bacteriële resistentie in de wereld en waarom elk Europees land een ander perspectief heeft.
In het laatste deel wordt verwezen naar de nieuwe aanpak hiervan door een stap terug te zetten in de tijd die voorafging aan de ontdekking van penicilline, met name het gebruik van virussen, bacteriofagen genaamd.
Hoe ziet de toekomst eruit en zullen deze bacteriofagen het terrein van de AB inwinnen?
Em. Prof dr. Rita Cauwels behaalde in 1980 het diploma van tandarts aan de universiteit Gent en in 1997 het MSc “Bijzondere bekwaamheid in de pediatrische tandheelkunde, medisch gecompromitteerde patiënten incl. narcodontie en traumatologie.” In 2011 behaalde ze het getuigschrift ‘Het gebruik van lachgas-zuurstof sedatie’. Ze verbleef eveneens aan de universiteit van Turku (Finland) in het kader van haar doctoraatsthesis. Ze doctoreerde aan de UGent met als onderwerp “Treatment improvement of traumatized immature teeth”.
Ze is auteur en co-auteur van verscheidene publicaties in binnen– en buitenland en van hoofdstukken over pediatrische tandheelkunde, gebit- en aangezichtstrauma, lasertherapie en het medisch gecompromitteerde kind (2de en 3de lijnzorg). Ze zetelde als jurylid in binnen- en buitenlandse doctoraten. Ze was de eerste vrouwelijke voorzitter van de European Academy of Paediatric Dentistry (EAPD) en was vanaf 2018 de eerste vrouwelijke vakgroepvoorzitter van de vakgroep ‘Mondgezondheidswetenschappen’, faculteit geneeskunde en gezondheidswetenschappen aan de UGent. Sinds 1 oktober 2021 ging ze op emeritaat.
Momenteel is ze nog steeds verbonden aan de UGent. Ze is lid van de examencommissie toelatingsexamen arts/tandarts/dierenarts, en heeft een adviserende functie bij Naric Vlaanderen en voorzitter van de ‘education committee’ in EAPD.
Ze werkte mee aan het antibioticabeleid in België (KCE Brussel) en Europa en redactielid van het medisch compendium (BCFI).